4.3.1 Principe

De verlijming van de EPCE®Waterdorpel op de ondergrond, hierbij hangend aan diezelfde ondergrond, vormt een primair onderdeel van het functioneren van de Waterdorpel. De EPCE®Waterdorpel dient perfect te worden verlijmd op de ondergrond, dat wil zeggen hangend onder aan de betonconstructie. Hierbij mag op geen enkele wijze, op geen enkele plaats, ruimte tussen EPCE®Waterdorpel en ondergrond aanwezig zijn. De lijm die wordt toegepast dient zodanig te zijn aangebracht, dat een perfecte uitvulling plaatsvindt tussen ondergrond en EPCE®Waterdorpel.

Indien op een staalconstructie wordt geplakt, moet een eventuele verflaag of walshuid vooraf worden verwijderd. Bij een juiste ondergrond behandeling zijn er zelfs mogelijkheden de EPCE®Waterdorpel op een azobé constructie te plakken.

Wanneer ruimte tussen de EPCE®Waterdorpel en de ondergrond aanwezig is kan lekwater toch nog de dorpel passeren. Bovendien kan zich vocht tussen dorpel en ondergrond verzamelen, hetgeen in de winter tijdens vorst tot vorstschade kan leiden. Dat wil zeggen dat door de expansie van het water tijdens de bevriezing de dorpel van de ondergrond wordt gedrukt. Daarbij zal beton meegetrokken worden.

Vanzelfsprekend  dienen  de  EPCE®Waterdorpels  zodanig  te  worden aangebracht,  dat  de  in de  ondergrond  aanwezige  dilataties worden gevolgd. Het een en ander wordt nog eens uitgebreid bij 4.4 behandeld.

%%footer%%